NL:

Hé wacht
Waar wacht je op Vandaag doe je het wel Doe het , toe twijfel nie Doe doe doe ‘t nu

Je wacht
Waar wacht je op? Vandaag doe je’t wel Jump, hop, ik doe ’t nu Ik, jij, hij, zij

Vandaag doe ik het wel Ik jij, hij zij

Ik jij hij en zij
Ja jawel Vandaag

Ik jij, hij zij
Vandaag doe ik het wel

Ik jij, hij zij
Vandaag doe ik het wel

FR :

(Hey,) t’attends, mais t’attends quoi? Vas-y aujourd’hui Lance-toi, décide-toi déci-décide toi.

(Hey,) t’attends, mais t’attends quoi? Aujourd’hui vas-y
N’hési, n’hésite pas
Toi, moi, moi, toi !

J’y vais aujourd’hui. Moi, toi, elle et lui.

Moi toi elle lui
J’y vais aujourd’hui.

Moi toi elle lui aujourd’hui, vas-y.

Moi toi elle lui
J’y vais aujourd’hui.